Pythium

In de teelt van anthurium en phalaenopsis kunnen verschillende schimmels en bacteriën zorgen voor aantasting van het gewas en vervolgens uitval van de planten. In dit artikel besteden we aandacht aan de schimmel pythium (wortelrot).

Pythium komt in de teelt van anthurium regelmatig voor. In de teelt van phalaenopsis vormde pythium tot nu toe geen groot probleem, maar wortelafslag veroorzaakt door pythium komt steeds vaker voor in phalaenopsis. Verder komt pythium in ziekte-analyses van gietwater steeds vaker voor.

Pythium aantasting in Anthurium

Pythium aantasting in Phalaenopsis

 

Wat is pythium?
De pythium schimmel behoort tot de klasse van oömycetes. Deze schimmels verspreiden zich door middel van zoösporen (zwemsporen) in water of als schimmelpluis met het substraat mee. Deze zwemsporen zwemmen naar de wortel en vormen daar een kiembuis. Deze kiembuis kan via enzymen direct de wortel binnendringen.

Wortelrot door pythium
Een aantasting door pythium begint meestal bij de wortels. Eerst worden de punten van de wortel bruin en later ook de rest van de wortel. Het meest duidelijke symptoom van pythium is het wegrotten van de cortex (primaire schors tussen centrale cilinder en exodermis). Deze exodermis hangt als een zak om de centrale cilinder heen. Wanneer meerdere wortels zijn aangetast blijft de plant achter in groei en zal er een geelverkleuring van het blad ontstaan, omdat er onvoldoende voedingsstoffen vanuit de wortel kunnen worden aangevoerd.

Fusarium vanwege pythium
Juist door een aantasting van de wortel door pythium hebben de aanwezige fusarium sporen een invalspoort om de plant binnen te komen. Van fusarium is bekend dat deze vaak een wond (opening) nodig heeft om de plant te infecteren. Pythium doet dit zoals gezegd op eigen kracht via de zoösporen. Éénmaal in de plant (wortel) kan fusarium vervolgens de overhand krijgen. De plant valt uit vanwege fusarium terwijl eigenlijk pythium de oorzaak is van het uitval probleem. Dit kan ook leiden tot een foutieve analyse van het probleem en daarmee een verkeerde aanpak.

Pythium spp.

Er zijn veel verschillende pythium soorten. In DNA-analyses van water en rotte wortels bij anthurium en phalaenopsis vinden we vooral:

  • pythium aphanidermatum
  • pythium ultimum
  • pythium irregulare
  • pythium dissotocum

Tussen de eerste drie soorten wordt weinig onderscheid gemaakt als het gaat om aantasting. De pythium aphanidermatum houdt van warmte en de optimale schimmelgroei van pythium aphanidermatum is bij vochtige condities en temperaturen tussen 32°- 40°C.

Pythium ultimum lijkt het meeste voor te komen, maar onduidelijk is in welke mate pythium dissotocum schadelijk is voor anthurium en phalaenopsis.

Er zijn ook veel onschuldige pythium soorten. De meeste pythium soorten zijn niet schadelijk voor planten en soms juist zeer nuttig in het afbreken van dood organisch materiaal.
Een analyse met uitslag pythium spp geeft daarom onvoldoende informatie. Spp. is afkorting voor soorten en in de uitslag een aanduiding voor verzameling van pythium soorten. Wanneer er een hoge waarde aan pythium spp. gevonden wordt, is het verstandig om opnieuw een monster in te sturen met de vraag om meer onderzoek naar soorten pythium.

voorbeeld van DNA-schimmel analyse.

 

Oorzaak
Pythium is een zwakte parasiet en mogelijke oorzaken kunnen gezocht worden in factoren zoals:

      • Kwaliteit en weerbaarheid van de planten;
      • Te nat telen en grote verschillen in potvochtigheid en duur van afdroging. Wanneer het substraat lang nat blijft, is de kans op meer pythium schimmels groter;
      • Hoge temperatuur (> 30°C) of sterke wisselingen in wortel- en/of substraattemperatuur;
      • Te hoge worteldruk. Een te hoge worteldruk kan leiden tot verzwakking van cellen en glazigheid. Hierdoor krijgt de pythiumschimmel meer kans om de wortel binnen te dringen;
      • Verkeerde bemesting of hoge EC waarde, waardoor wortels gevoeliger worden of minder weerbaar zijn;
      • Laag zuurstofgehalte in het substraat. Bij lage zuurstofwaarden neemt de groei van de pythium sterk toe. Vaak gaat pythiumaantasting samen met natter telen en minder zuurstof in het substraat;
      • Beschadigingen aan wortel of plant tijdens gewashandeling.

    Pythium aantasting in Phalaenopsis

Pythium aantasting in Anthurium

 

 

 

 

 

 

De oorzaak is vaak een combinatie van bovenstaande factoren en daarbij speelt de mate van de schimmeldruk een rol. Als pythium aangetroffen wordt in een analyse is het vaak niet zo dat er dan ook gelijk problemen ontstaan met wortelrot. Maar wanneer de planten onder verslechterende omstandigheden groeien en de pythiumdruk toeneemt, kan de schimmel toeslaan.

Redenen voor een verhoogde schimmeldruk kunnen zijn:

  • Een verhoogde pythiumdruk van buiten af: pythium sporen die in het bassin, in het gietwater of via mensen (schoenen) in de kas terecht komen;
  • Een verontreinigd bassin: een vuil bassin door blad en algen is een voedingsbodem voor schimmels zoals pythium;
  • Veel organische vervuiling in leidingen (biofilm);
  • Onvoldoende doding door ontsmetters bij hergebruik van drainwater;
  • Pythium sporen die in de kas overleven op organisch materiaal. Pythium sporen die aanwezig zijn in het substraat, in niet verwijderde zieke planten of in toegeleverde planten.

Maatregelen
1. Hygiëne
Pythium kan groeien op organisch materiaal (zoals substraat, algen en gewasresten) op de grond. Het is dus belangrijk om de ondergrond of vloer schoon te houden. Met name ook bij hergebruik van water.

In de kas komen bijna altijd wel substraat of plantenresten op de grond terecht of blijven achter op de vloeren. Verwijder deze gewas- en grondresten dan ook vrij regelmatig uit de kas, zodat de voedingsbodem van de schimmels wordt weggenomen. Houd daarnaast de betonpaden, gevels en geveldoeken goed schoon en behandel ze met een anti-algenmiddel om de algenvorming tegen te gaan. De rustsporen kunnen in droge toestand zelfs maandenlang overleven, waardoor de ziekte op een onverwacht moment kan toeslaan.

2. Ontsmetting
Ook voor pythium geldt dat voorkomen beter is dan genezen. Teelthygiëne blijft een niet te onderschatten maatregel in de strijd tegen pythium. Met name ook bij het recirculeren van water. Dit water wordt bijna altijd wel ontsmet, maar het is toch beter om te zorgen dat ook de hoeveelheid sporen in het drainwater laag is.

Voor een goede ontsmetting is het belangrijk om regelmatig te controleren of de werking van de ontsmettingsmethoden en/of -installatie voldoende is. Een verbetering van ontsmetting kan vaak met middelen of installaties zoals een extra zandfilter, koolstoffilter, waterstofperoxide dosering voor de UV-ontsmetter en het beluchten van water. Denk bij ontsmetten ook aan de A en B-bakken voor bemesting. Analyses geven aan dat dit water sterk vervuild kan zijn.

Controleer ook regelmatig de aangroei van organisch materiaal in de leidingen. Laat ook het water analyseren op aantal KVE (kolonie vormende eenheden) schimmels.

3. Gezond wortelmilieu
Het is belangrijk om het wortelmilieu gezond te houden: er dient een goede balans te zijn tussen de verschillende stoffen en organismen in het wortelgestel. Het bodemleven bevat een ingewikkelde samenleving van verschillende organismen zoals bacteriën, schimmels en bacteriofagen. Deze microflora bestrijdt actief ongunstige bacteriën en schimmels.

Wees bewust van het feit dat ook nuttige schimmels, bacteriën en andere organismen gedood kunnen worden door oxiderende stoffen zoals chloordioxide en waterstofperoxide. In de phalaenopsisteelt worden relatief hoge waarden (20 ppm – 80 ppm) aan waterstofperoxide meegegeven. Ook in de anthuriumteelt is er steeds meer aandacht voor het meegeven van waterstofperoxide aan het gietwater. Dit is een goede ontwikkeling als het gaat om het verwijderen van de voedingsbodem voor schimmels zoals pythium uit silo’s en leidingen.

Om te voorkomen dat goede organismen gedood worden, kan in de phalaenopsisteelt gekozen worden om alleen in de laatste 3 l/m² van de totale gietbeurt de genoemde biociden mee te doseren. Dit vraagt om aanpassing in de gietstrategie. Ga ook bewust om met de hoogte van de dosering. Om schone leidingen schoon te houden volstaat meestal een lage dosering (2 – 5 ppm).

Het doorspoelen van het wortelmilieu (substraat) is vaak ook al een goede maatregel om het wortelmilieu op te frissen en als het ware te resetten.

4. Klimaat
Als mogelijke oorzaak voor aantasting door pythium wordt ook een hoge substraat- of worteltemperatuur genoemd, meestal in combinatie met een te natte teelt. Ook andere klimaatomstandigheden kunnen aanleiding geven tot meer problemen. Wisselingen in de activiteit van wortel en plant evenals stress door klimaatomstandigheden moeten voorkomen worden.

Voor anthurium is het belangrijk dat er een goede verdamping is in de morgen. De worteltemperatuur is vaak wat hoger vanwege stoken in vloer of onder de tafels. Wanneer de plantverdamping matig is (bijvoorbeeld vanwege een lagere planttemperatuur) kan de wortel glazig gaan staan waardoor de pythiumsporen gemakkelijker de wortel kunnen infecteren.

Hetzelfde geldt voor de worteltemperatuur in de avond. Zorg dat de planttemperatuur langzaam daalt. Dit is ook een aandachtspunt in de phalaenopsisteelt waar de planttemperatuur, met name op dagen dat er gegoten is, sterk kan dalen. De worteltemperatuur blijft vaak wel boven de 28°C. Ook dit kan wortelglazigheid veroorzaken.

In het kort is het dus belangrijk om:
• De plant actief te houden. Zorgen dat de plant goed kan blijven verdampen;
• Plant- en worteltemperatuur goed te volgen en te voorkomen dat er een te groot verschil gemeten wordt tussen plant- en worteltemperatuur;
• Hoge worteldruk te voorkomen.

5. Preventieve middelen
Wanneer pythiumdruk toeneemt of steeds wordt gevonden in de analyses is het soms nodig om preventief pythium bestrijdende middelen in te zetten (zie kader). Een beproefde methode is bijvoorbeeld om kort na oppotten of net voor het uitzetten van de planten een fungicide in te gieten.

6. Weerbaarheid
Ten slotte nog de opmerking dat het gezond houden van het wortelmilieu en de plantweerbaarheid vergroten ook maatregelen zijn die nodig zijn om problemen met pythium (en fusarium) te voorkomen. Hierbij kunnen bioleven-stimulerende of andere biologische producten en/of nuttige schimmels (zoals Trichoderma harzianum) een toegevoegde waarde zijn. Maar de plant zelf is ook in staat om de microflora in het wortelmilieu te sturen en zo een gezonde weerbaarheid op te bouwen.

Tot slot
Wanneer deze maatregelen in acht genomen worden, is de kans op het optreden van wortelrot en de uitval van planten beperkt. Wanneer problemen met pythium ontstaan of toenemen, kunt u zich altijd wenden tot Bureau IMAC Bleiswijk BV voor advies.

 

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van (of: in samenwerking met) Bureau IMAC. Anthura en Bureau IMAC kunnen niet verantwoordelijk gehouden worden voor schade, direct of indirect, als gevolg van het gebruik van het gegeven teeltadvies.

Optioneel (afhankelijk van het artikel)

  • De teler is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor het raadplegen van het etiket van gewasbeschermingsmiddelen.
  • De beschikbare teeltinformatie is geschikt voor Nederlandse teeltlocaties.