Luchtvochtigheid in de teelt

Luchtvochtigheid is naast temperatuur en licht de belangrijkste omgevingsfactor voor een plant om te groeien. In dit artikel staan we stil bij het belang van luchtvochtigheid en de invloed die het heeft op de plant.

Luchtvochtigheid in de teelt
De luchtvochtigheid beïnvloedt de groei van een gewas vooral als gevolg van invloeden op het totale bladoppervlak en de fotosynthese. Voor fotosynthese zijn het bladoppervlak en een goede uitwisseling van CO2 via de huidmondjes heel belangrijk. Op beide heeft de luchtvochtigheid invloed. Bij een vochtdeficiet van 5-10 g/m3 is de invloed op de CO2-uitwisseling doorslaggevend. Maar bij een kleiner vochtdeficiet is de aanpassing van het bladoppervlak bepalend. Het bladoppervlak verandert door de invloed van de luchtvochtigheid wat betreft de aanleg van bladeren en de strekking van de cellen. Het duurt overigens wel even voordat je deze gewasaanpassing ziet, want dat proces verloopt vrij langzaam.

Het aantal huidmondjes van een gewas kan variëren van 60 tot 1000 per mm2 en hangt sterk af van het gewas, de leeftijd en de plaats op het blad samen met de groeiomstandigheden. Bij gewassen met veel huidmondjes zijn deze dikwijls klein. Zijn er weinig huidmondjes, dan zijn ze juist groot. Huidmondjes zitten aan de bovenkant van bladeren, maar aan de onderkant zitten er veel meer. Alle gewassen hebben meer huidmondjes per mm2 als de luchtvochtigheid hoog is en ze zijn dan ook ±30% groter. Hierdoor neemt het totale oppervlak aan huidmondjes per mm2 bladoppervlak fors toe. Het gewas reageert dus op omstandigheden die verdamping moeilijk maken door de totale oppervlakte aan de openingen in het blad te vergroten.

Een hogere luchtvochtigheid veroorzaakt een meer weelderige groei met langere scheuten en soms grotere bladeren. Bij een verhoging van de luchtvochtigheid strekken gewassen de hoofdstengel, scheuten en bladstelen meer. De celstrekking en daarmee de strekking van het totale gewas is namelijk afhankelijk van celspanning (turgordruk). Bij een lage luchtvochtigheid is de verdamping hoog en de celspanning van het gewas relatief laag. Dit remt de celstrekking enigszins. Onder omstandigheden met weinig verdamping (weinig straling, hoge luchtvochtigheid) is de celspanning doorgaans hoger en kan er meer strekking optreden. Daarom kun je het effect van de luchtvochtigheid op de strekking het beste zien onder lichtarme omstandigheden.

De invloed op de bladstrekking is per gewas anders. De plant maakt grotere, maar ook dunnere bladeren, voornamelijk als gevolg van een betere strekking van de cellen. Het blad legt namelijk wel ongeveer evenveel cellen aan. Een hogere luchtvochtigheid laat de bladcellen minder strekken dan de scheuten en de bladstelen. Hierdoor ontstaat de wat gerekte, welige gewasvorm.

De okselknoppen van veel gewassen lopen bij een hoge luchtvochtigheid gemakkelijker uit. Mogelijk krijgen de okselknoppen onder invloed van de worteldruk meer hormonen aangevoerd die het uitlopen bevorderen. Potplanten worden voller en daardoor kwalitatief aantrekkelijker. Voor phalaenopsis is dit in de fase van de takinductie een belangrijk item.

We spreken vaak van luchtvochtigheid in de vorm van een relatief getal zoals de relatieve luchtvochtigheid (RLV of kortweg RV) of vochtdeficiet (VD). RLV staat voor de hoeveelheid vocht uitgedrukt in procenten dat de lucht bevat ten opzichte van de maximale hoeveelheid. VD is het verschil in de hoeveelheid vocht uitgedrukt in het aantal grammen per m³ lucht die de lucht nog meer zou kunnen bevatten tot het maximum.

Een vochtniveau alléén zegt eigenlijk niet zo veel. Daarbij maakt het niet uit of de weergave in RV of VD geschiedt. Wat veel belangrijker is, is de vochtafvoer die plaatsvindt. In jargon wordt dit fenomeen ook wel een ’actief klimaat’ genoemd. Bij een dergelijk ‘actief klimaat’ kan er gemakkelijk verdamping plaatsvinden doordat er constant vocht kan worden afgevoerd en onttrokken wordt aan het kasklimaat. Zelfs bij een hoge RV of laag VD kan er door een zeer actief klimaat sprake zijn van veel vochtonttrekking, waardoor de plant toch veel vocht verliest.

Convectie
Een andere invloed die belangrijk is in dit spel is de convectie. Convectie is de energieoverdracht tussen de plant en de kaslucht. Als de plant koeler is dan de lucht wordt er energie toegevoerd. Dit is nodig om zonder instraling de verdamping mogelijk te maken. Luchtbeweging is daarbij essentieel voor de energieoverdracht. Deze luchtbeweging wordt veroorzaakt door middel van het opstijgen van warme lucht. De lucht wordt hiervoor verwarmd door buizen of straling van de zon of lampen. Deze manier van luchtbeweging kan de afvoer van vochtige lucht bespoedigen, maar kan daarnaast door het mengen van vochtige lucht met minder vochtige lucht de kaslucht rond de plant droger maken waardoor deze weer gemakkelijker vocht kan afgeven. Op deze manier is het mogelijk een hoger vochtniveau na te streven. Dit heeft klimatologisch grote voordelen.

Enthalpie
Vochtige lucht bevat meer energie dan droge lucht. We spreken van de enthalpie van de lucht. Bij het verdampen van vocht wordt de energie die daarbij gebruikt wordt ‘opgeslagen’ in de lucht. Deze komt bijvoorbeeld weer vrij bij het condenseren van het vocht, maar kan ook worden afgelucht. Als vochtige kaslucht naar buiten wordt geventileerd, wordt er meer energie uitgewisseld naar buiten dan wanneer de kaslucht droog is. Er hoeft dus minder gelucht te worden om dezelfde temperatuurdaling te bewerkstelligen. Wanneer er een hogere luchtvochtigheid in de kas wordt aangehouden, is de kastemperatuur ook veel stabieler te houden.

Het mag duidelijk zijn dat een goede luchtvochtigheid van groot belang is voor de plant. Mocht u echter nog aanvullende vragen hebben of meer informatie willen ontvangen over teelt gerelateerde onderwerpen, dan kunt u zich wenden tot Bureau IMAC Bleiswijk BV. Voor meer informatie over luchtvochtigheid bij anthurium en/of luchtvochtigheid bij phalaenopsis in het bijzonder, verwijzen wij u naar de andere artikelen hierover op de website.

 

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van (of: in samenwerking met) Bureau IMAC. Anthura en Bureau IMAC kunnen niet verantwoordelijk gehouden worden voor schade, direct of indirect, als gevolg van het gebruik van het gegeven teeltadvies.

Optioneel (afhankelijk van het artikel)

  • De teler is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor het raadplegen van het etiket van gewasbeschermingsmiddelen.
  • De beschikbare teeltinformatie is geschikt voor Nederlandse teeltlocaties.