Ontwikkelingen in het bestrijden van potworm

De potworm komt al jaren voor in de teelt van phalaenopsis. Vijftien jaar geleden werd er met phalaenopsis telers al gesproken over het bestrijden van de potworm. Het probleem was toen niet groot. Opmerkelijk is wel dat er toen al werd geadviseerd om veel vanglampen op te hangen (1 per 200 m²) ter bestrijding van de potworm muggen die toen Orfelia werd genoemd.

Inmiddels is de potworm een plaag geworden. Bij veel telers van phalaenopsis en andere orchideeën is de populatie van muggen en larven in de teelt (kas en
substraat) soms heel groot geworden. Zo groot, dat er veel plantenwortels worden aangetast en er sprake is van een duidelijke groeiachterstand. En het bestrijden van de potworm is lastig. Chemische middelen zijn (bijna) niet voorhanden.

Wat zien we?
Om de potworm goed te kunnen bestrijden is het noodzakelijk te weten met welke vijand we te maken hebben. Dat vraagt om veel aandacht. En dat begint met het kijken naar de verzameling aan muggen die gevangen wordt in de vanglampen. Door de onderzoekers bij de WUR worden steeds meer verschillende soorten muggen gedetermineerd op onder andere vangplaten die door IMAC en Anthura zijn aangeleverd na deze te hebben verzameld bij verschillende telers.

Herkomst
De muggen die gedetermineerd zijn, lijken van oorsprong voor te komen in Zuid- en Centraal Amerika. De muggen die nu in de kassen voorkomen en als larve schade veroorzaken, zijn zeer waarschijnlijk meegekomen met substraat en/of plantmateriaal.

Soorten
Tot nu toe behoren de meeste soorten van de potworm tot de familie van Keroplatidae (langhoornmuggen) zoals de Lyprauta cambria, Lyprauta chacoensis, Orphelia sp en Proceroplatus trinidadensis. Daarnaast worden er ook andere muggen gevangen zoals steltmuggen (Tipulidea) en rouwmuggen (Sciaridae).

Zoekt de verschillen tussen de onderstaande twee soorten muggen die o.a. gevonden worden.

Lyprauta chacoensis

Proceroplatus trinidadensis

 

 

 

 

 

 

Levenscyclus en levenswijze
De levenscyclus van deze langhoornmuggen is redelijk lang (in vergelijking met bijvoorbeeld Sciaridae). Toch wordt er in de kas al snel een grote populatie opgebouwd. Voor zover nu bekend, is de levenscyclus van potwormsoorten door niemand in zijn geheel in kaart gebracht. Onderstaand schema geeft het stadium van gegevens aan zoals nu bekend:

Stadium Duur in dagen Opmerking
Pop 4 – 8 Afh. van temperatuur
Mug 2 – 5 In deze korte tijd legt de mug voornamelijk haar eieren
Ei 7 Erg onduidelijk. Gedacht wordt aan gemiddeld 7 dagen
Larve 21 – 35 Afh. van omstandigheden zoals vocht en temperatuur

Pop

larve

 

 

 

 

 

 

De eieren en poppen worden vaak in het teeltsubstraat afgezet. De poppen zijn meestal omgeven door een soort (spinnen)rag met vochtdruppels. Zolang de pot vochtig is, leven de larven voornamelijk aan de buitenkant van de pot (tussen substraat en potwand). Zodra het substraat droger wordt, verplaatst de worm zich meer naar het midden van de pot (substraat). De larve verplaatst zich over slijmdraden die erg zuur zijn (pH< 3). De larve verplaatst zich bijna nooit rechtstreeks over substraat delen. Na het uitkomen van de poppen verplaatst de mug zich door het medium naar boven en zal gaan vliegen. De muggen verplaatsen zich voornamelijk in de avond en nacht. Het vrouwtje zet dan  in korte tijd haar eitjes af. Daarbij heeft ze de voorkeur om dit te doen in een vochtige omgeving (vochtig substraat).

Aantasting
De potworm wordt voornamelijk gevonden in de opkweek. Twee a drie weken na het oppotten worden de eerste larven gevonden in het substraat. Daarna neemt het aantal muggen en potwormen snel toe. Dit geldt ook voor de schade. Deze kenmerkt zich door uitholling van of happen uit de wortelpunt. De plant reageert hierop door nieuwe wortelpunten aan te maken. Meestal door middel van het uitspruiten van een aantal wortelpunten iets boven de aangetaste wortelpunt. De groeiachterstand die de plant oploopt, heeft dan ook voornamelijk te maken met een minder goede opname van water en voeding door de wortelpunten in de eerste weken van de teelt en met de extra energie die nodig is om weer nieuwe wortelpunten aan te maken.

Aantasting door potworm

Preventie en bestrijding
Er is te weinig bekend over de potworm. Onduidelijk is welke larve (mug soort) in verband gebracht kan worden met de schade. Het kijken naar en het tellen van de muggen in de vanglampen laat ook zien dat er soms veel muggen geteld worden terwijl er geen schade gezien wordt in de teelt. Het oplossen van de problemen met potworm richt zich op 3 speerpunten:

  • Goede kennis en determinatie van muggen voor een gerichte bestrijding (kijken is weten);
  • Het voorkomen dat de potworm binnenkomt;
  • Het bestrijden van de interne besmetting (populatie).

Kennis en determinatie
Anthura en IMAC ondersteunen het onderzoek dat gedaan wordt naar de determinatie van de muggen. Het is namelijk nog onduidelijk welke schade door welke muglarve wordt veroorzaakt. Er worden ook nog steeds nieuwe muggen gevonden, waarvan onduidelijk is of de larve schade veroorzaakt. Gedrag en levenswijze kunnen sterk verschillen. Zo is het bekend dat de potwormen kannibalistisch zijn. Ze eten dus hun eigen soortgenoten op. De vraag is echter of elke soort kannibalistisch is als larve. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de “potworm” eerder een insecten of schimmeleter is dan dat deze de wortelpunten aantast. Onduidelijk is echter of we het steeds over dezelfde mug hebben. Daarom is het zo belangrijk dat we meer gaan kijken naar het uiterlijk en het gedrag van de muggen en van de potwormen in de pot.

Geen potworm in geleverde planten en substraten
Ook via plantmateriaal en substraat kan de potworm (pop, ei, larve) de teelt binnenkomen. Toeleveranciers van substraten hebben maatregelen genomen om meer zekerheid te hebben in het leveren van substraten zonder kans op potworm (poppen). Wat betreft de geleverde planten zullen de meeste planten in de nabije toekomst opgekweekt worden aan een plug. Vooralsnog blijkt dat de potworm zich in de plug niet kan ontwikkelen.

Het bestrijden van interne besmetting
Er zijn geen chemische middelen meer toegelaten die de oudere wormen nog goed bestrijden. Ook ruimtebehandelingen voor het doden van de muggen geven onvoldoende bestrijding. Jonge wormen zijn gevoeliger voor bestrijdingsmiddelen. Kort na het oppotten kunnen bestrijdingsmiddelen nog effect hebben.

Teeltaanpassingen
Aanpassingen in de teelt en teeltomstandigheden kunnen helpen de potworm te bestrijden. Er zijn wel resultaten bekend van het ‘droger telen’. Het uitstellen van de gietbeurt zorgt ervoor dat het substraat verder indroogt. Er is dan te weinig vocht voor de potworm om zich te verplaatsen. Het droger telen heeft wel effect maar is meestal tijdelijk. Continue droger telen gaat ten koste van de plantkwaliteit. Het mee doseren van een uitvloeier in het gietwater versnelt de afdroging van het substraat. Het vermoeden is dat de uitvloeier het de potworm ook moeilijk maakt om slijmsporen te maken of dat de bestaande slijmsporen oplossen.

Biologisch
Het bestrijden van de potworm met biologische middelen blijkt tot nu toe heel lastig te zijn. Dit wil niet zeggen dat deze biologische bestrijders de potworm niet bestrijden. Op laboratorium niveau is ondervonden dat nematoden de potworm larve goed kunnen bestrijden. Ook van het inzetten van roofmijten is er resultaat te verwachten. Het niet goed kunnen bestrijden van de potworm in de praktijk heeft vaak te maken met de grote van de populatie potworm (muggen) en/of aan de manier van toepassen. Om daar nog een voorbeeld van te noemen. Jaren geleden lukte het in de teelt van Anthurium ook niet om de thrips goed te bestrijden met biologie. Inmiddels is de trips goed onder controle te houden d.m.v. het inzetten van roofmijten en nematoden.

Aangetroffen sluipwesp bij Anthura

Sluipwesp
Kijken, kijken…. en verrassing. De onderzoekers bij de WUR willen graag een kweek opzetten van potwormen om bmeer verbanden te kunnen leggen tussen bmuggen, larven en schadebeeld. Door goed te kijken naar de door Anthura aangeleverde larven en poppen werd bij de WUR een pop gevonden die geparasiteerd was door een sluipwesp. De betreffende pop was gevonden in de Cambria teelt bij Anthura. Al snel werden daar meer geparasiteerde poppen en ook de sluipwespen ontdekt. Het gaat om een sluipwesp die agressief de potwormen zoekt en parasiteert. In de koude afdeling waar de geparasiteerde poppen werden gevonden bleek dat de sluipwespen zich snel vermenigvuldigden (binnen enkele weken) en de populatie potworm voor ongeveer 90% had geparasiteerd. Alle zeilen worden bijgezet om met de expertise van onder andere WUR en Koppert te komen tot meer kennis over deze sluipwesp en vooral het kweken van de sluipwesp.

Vanglampen
Het installeren van voldoende vanglampen gaat zich steeds meer bewijzen als bestrijdingsmiddel tegen de potworm. Het doel is om de muggen weg te vangen voordat deze haar eieren heeft afgezet. De praktijk leert dat de populatie muggen gestaag afneemt wanneer de blauwe vanglampen zijn geïnstalleerd.

Praktijksituatie:
In een praktijksituatie werden vanglampen geïnstalleerd:1 per 260 m². Het aantal muggen daalde tot een niveau van 20 muggen per lamp per 24 uur. Na verloop van tijd (maanden) nam de populatie muggen toch weer toe tot meer dan 50 muggen per lamp (per 24 uur). Dit komt neer op ong. 200 muggen per 24 uur per 1000 m². Er werd besloten om het aantal lampen te verdubbelen. Na installatie werd in korte tijd minder dan 10 muggen per lamp geteld (= 80 muggen per 1000 m²).

We komen steeds vaker situaties tegen waar het effect van meer vanglampen daadwerkelijk leidt tot het tellen van minder muggen en als gevolg daarvan ook geen schade van potworm. Het advies is om minimaal 1 lamp per 150 m² te installeren. Met voldoende vanglampen per oppervlakte is de afstand tussen de mug en de lamp kleiner en is de kans groter dat een mug gevangen wordt voordat de eieren zijn afgezet. De potworm compleet uitroeien lukt ook met alleen vanglampen niet. Daarvoor is tegelijkertijd een bestrijding van de potworm zelf nodig. Het is goed mogelijk dat bij een lage populatie aan potwormen een biologische bestrijding duidelijk meer effect heeft.

Vangen en tellen:
De meeste muggen worden ’s nachts gevangen. De verhouding tussen dag en nacht ligt ongeveer op 20% / 80%. In de opvangbak wordt een vangplaat gelegd (blauw of geel maakt niet uit). De mug die in aanraking komt met de lamp valt op de lijm van de vangplaat en blijft daarop plakken. Het komt namelijk voor dat muggen die in contact zijn geweest met de blauwe lamp toch weer verder vliegen. Daarnaast is de opvangbak gemakkelijker schoon te maken bij gebruik van een (vang)plaat op de bodem. Het advies is om 1 keer per week het aantal muggen in de vanglamp te tellen. Maak de opvangbak schoon en leg een schone vangplaat op de bodem. Tel 24 uur later het aantal muggen op deze vangplaat. Dit geeft inzicht in de toename of afname van de populatie muggen en de mogelijkheid om te vergelijken met andere afdelingen of telers. Een bestrijding d.m.v. het installeren van vanglampen is universeel. Het is mogelijk dat het vlieggedrag per soort mug verschilt. Maar in principe vangt de lamp grote en kleine muggen. Ook sciara wordt goed weggevangen.

Type lamp en installatie
Het lijkt niet zoveel uit te maken welk type vanglamp er wordt geïnstalleerd. De grote van de lamp heeft wel invloed op de reikwijdte van het licht. Het is aannemelijk dat met 2 kleinere lampen net zoveel of meer wordt weggevangen als met 1 grote lamp. De intentie ligt namelijk om zoveel mogelijk lampen te hebben per oppervlakte zodat de ‘aanvlieg’ afstand kleiner wordt.

In het buitenland zijn er ook Phalaenopsis telers die een vanglamp met een ventilator hebben geïnstalleerd. Het doel is om de mug die maar in de buurt van de lamp (blauwe licht) komt naar binnen te zuigen door middel van een krachtige ventilator. De muggen worden opgevangen in een zak onder de ventilator (lamp). Een enkele proef in Nederland lijkt aan te geven dat met deze lampen meer muggen worden weggevangen.

Wanneer wordt overwogen om deze lampen in het buitenland aan te schaffen is het belangrijk om te weten dat voltage en wattage verschillend zijn. Een adapter of omvormer is nodig en dat brengt extra risico’s met zich mee in de vochtige kasruimte.

Houdt rekening met de luchtvochtigheid in de kas en het gieten. Voorziet de lampen zelf van een kap zodat er geen water bij de lamp en bij de elektrische contacten kan komen.

Wanneer de lampen geïnstalleerd worden, is het aan te raden om een schakeling te maken waarbij alle lampen aan en uit geschakeld kunnen worden. Er kan dan gekozen worden om de lampen via de computer aan en uit te schakelen.

Het blauwe licht heeft, voor zover bekend, geen nadelige invloed op de plantengroei of vorm. Wanneer luchtramen en doeken open zijn is het raadzaam om de lampen uit te schakelen.

Kijken en leren!!
Door veel te kijken wordt ook veel gezien en geleerd. Wat kunnen we nog meer vinden dan een sluipwesp. Door het gedrag van roofmijten goed te bestuderen kunnen we komen tot een effectievere inzetten van bestaande biologische bestrijders. Samen met het wegvangen van de muggen kan biologie een succes worden in de strijdt tegen de potworm. We kunnen daarin ook veel van elkaar leren. Samen komen we zeker verder.

 

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van (of: in samenwerking met) Bureau IMAC. Anthura en Bureau IMAC kunnen niet verantwoordelijk gehouden worden voor schade, direct of indirect, als gevolg van het gebruik van het gegeven teeltadvies.

Optioneel (afhankelijk van het artikel)

  • De teler is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor het raadplegen van het etiket van gewasbeschermingsmiddelen.
  • De beschikbare teeltinformatie is geschikt voor Nederlandse teeltlocaties.